De schitterende Nieuwkoopse plassen

Het Nieuwkoopse plassengebied is de kern van het Groene Hart. In eigendom van Natuurmonumenten groeit dit gebied nog steeds door het omzetten van weideland in wetlands. Hier valt op veel plaatsen ook duidelijk de bodem te zien die voornamelijk uit veen bestaat.

Tussen de duinen en de Utrechtse Heuvelrug
ontstonden er in het Holoceen, ongeveer 10.000 jaar geleden, moerassen waar het water tot stilstand kwam. Deze moerassen ontwikkelden zich vervolgens tot veengebieden. Er is sprake van veenvorming als plantdelen na het afsterven, als gevolg van de vochtige omstandigheden, niet geheel vergaan. In de loop van de tijd hoopt zich dit vervolgens op, en kan er een metersdikke laag ontstaan.

Gedroogd veen (turf) was een belangrijke brandstof
in de zestiende eeuw. Met het gebruik van een baggerbeugel, kon men al snel grote hoeveelheden turf uit het water halen, dat te drogen werd gelegd op legakkers. Door dit te laten drogen en aan te stampen met houten trapborden, die onder de klompen werden gebonden, ontstonden er droge plakken turf die in blokken werd gesneden. Vervolgens werd dit met trekschuiten naar de grote steden vervoerd.

Nog steeds zijn hier resten van terug te vinden
in het landschap van heden ten dage, zoals de paadjes (jaagpaden) waarover de paarden liepen om de turfschepen te trekken en de lange rechte kavels omgeven door sloten. Door de uitvening van de strookvormige kavels ontstonden rechthoekige plassen die trek- of petgaten worden genoemd. Als deze te groot werden, sloegen de ribben of zetwallen (de randen van de legakkers) door golfslag af en groeiden deze gaten aaneen tot grotere plassen, zoals bij de Nieuwkoopse Plassen en Reeuwijkse plassen.

De Nieuwkoopse plassen liggen hoger dan het
het omringende gebied. Ze verliezen daardoor water aan de omgeving. Om te voorkomen dat het gebied uitdroogt, wordt er water ingelaten vanuit de Oude Rijn. Dit rivierwater is echter vervuild, veel te voedselrijk en mag pas na zuivering het gebied instromen.